Mededelingen
Over de Oostmolen of Cleene Meulen te Dudzele

Germain Vandepitte

Zoals de ommeloper uit het jaar 1447 van de Watering van Groot Reigersvliet aantoont, waren alle molens te Dudzele eigendom van de Heer van Dudzele. Zelfs de wallen, waar eenmaal een molen had gestaan, waren zijn eigendom; bv. de Riecelemolenwal en de Berchmolenwal.

Mettertijd is dit bezit meestal gevallen op het in eigendom hebben van de molenwal en het erf waarop deze zich bevond. Dit werd dan in cijnspacht gegeven.

Zo ook de molenwal gelegen op de Hoge Maat, ten oosten van het dorp, in de hoek van de Molenstraat en de Dammestraat. Daarop stond de Oostmolen, ook wel genoemd de Cleene Meulen (1). Hier in tegenstelling met de Grote Molen of Dorpsmolen, die ten zuidwesten van het dorp stond (2).

De Oostmolen stond op 81 roeden cijnsgrond, waarop ook het molenhuis en de andere gebouwen stonden.

Op 27 april 1754 werd deze molen verkocht door Pieter Scharlet of Charlet (3) en zijn vrouw, en wel aan Joseph Beyts, de zoon van Pieter en Cornelia Van Kinderen. Deze Joseph Beyts was laat van de Kasselrij van Kortrijk en hij woonde te Dudzele. Hij was gehuwd met Joanna Francisca De Neve, dochter van Louis en Maria De Neve.

Deden zij misschien geen al te beste zaken? Maar na 17 jaar, op 31 oktober 1771, verkopen Joseph en Joanna aan Vrouw Albertine van Zuylen van Nijevelt dochter van Jonker Jacques en Anna Catherine Woelaerts, douariere van Balduinus Philippus De Coninck, poorteresse van Gent maar wonende te Brugge, verkopen ze zeggen we, een rente op de molen groot 200 pond groeten Vlaams wisselgeld. Dit geeft aan Vrouw van Zuylen een intrest van 10 pond gr. per jaar. Wij zouden zeggen de molenaar heeft een hypothecaire lening aangegaan. Een randschrift op de rentebrief zegt ons dat deze rente ingelost werd door een Van Keirschaever, van wie men 2.100 fr. mocht ontvangen van kapitaal en intrest; gedateerd 20/12/1862.

Weer 20 jaar later, in het gezegende jaar 10 van de Franse Republiek, verkoopt Joanna Francisca De Neve, nu weduwe van Joseph Beyts, de Kleine Molen of Oostmolen aan Guillielmus Vandenbussche, de zoon van Hendrik en Marie Godelieve van Poucke. Guillielmus was gehuwd met Marijanne Theresia Goetals, de dochter van Boudewijn en Rosalia Van de Waele.

De koop ging over een korenwindmolen met zijn draaiende werk en verdere toebehoren, alsook het molenhuis, alles op omtrent 81 roeden eeuwige cijns. Daarbij kwam nog een perceeltje van 52 roeden, palende aan de zuidoosthoek bij de molen.

De molen, het huis en de erve zijn belast met 3 pond 6 schel. 8 groten per jaar, te betalen aan de Heer van Dudzele over de cijns van de grond. Verder was er op de molen nog een rente bezet van 200 pond tegen een intrest van 4 %, die men schuldig blijft aan P. De Coninck uit Brugge. Ten gunste van de verkoopster, Joanna De Neve, bleef er ook een obligatie van het import van 230 pond gr. VI. (deel dat zij als bruidsschat had meegebracht?), zonder verdere kosten voor de koper. De verkoop ging door voor de som van 930 pond groten Vlaams wisselgeld, boven de lasten, som die in handen van de ver­koopster werd uitbetaald. De koopakte werd gesloten op de 26 februari 1802 ofte 7 ventose jaar 10 van de Franse Republiek.

Een dochter van Joseph Beyts en Joanna De Neve was gehuwd met Pieter De Clerck, zoon van Pieter en Maria Cosijn. Pieter junior stierf te Dudzele op de 1e complementaire dag van het jaar 6 (17/9/1798). Ze hadden geen kinderen. Volgens de Staat van Goed kwamen volgende erfgenamen in aanmerking:

De weduwe Joanna Francisca Beyts en haar tegenwoordige man, voor de 5/8, Maria De Clerck gehuwd met Franciscus De Muldere, Anne Marie De Clerck gehuwd met Joseph Bassele, Evrardus De Clerck, Alexander De Clerck, Joannes De Clerck, Isabella De Clerck gehuwd met Joseph Corneille, Godelieve De Clerck gehuwd met Joannes Desmidt,

allen broers en zusters van de overleden Pieter. Inderhaast hadden ze er  nog één gevonden en achteraf bijgeschreven: Philip Van de Walle causa De Clerck. Al deze De Clerck's waren gerechtigd tot de resterende 3/8.

Zoals blijkt was Joanna Beyts ondertussen hertrouwd met Medardus Wintein. Ze had niet langer dan drie maanden gewacht na de dood van haar eerste man, Pieter De Clerck. Dat lezen we in haar huwelijkscontract:

Vrijheid                                            Gelijkheid

... Alsoo een apparent huwelijk staet te geschieden ende gebeuren tusschen Medardus Franciscus Wintein fs. Jacobus gewonnen bij Isabella Van Tijghem, zijn selfs bij competente oude van beth 29 jaeren (4), geassisteerd met Frans Vander Beke, toecommende bruidegom ter sender zijde; ende Joanna Fran­cisca Beyts, fa. Joseph gewonnen bij Joanna Fra De Neve, lest weduwe van Pie­ter De Clerck, geassisteerd met Livinus Beyts, toecommende bruydt ter andere... enz

                                              Dudzele 3 nivose jaer VII (23/12/1798)      

Bronnen

  • Rijksarchief Brugge, Brugse Vrije, Familiefonds I
  • Nr. 25, Verkoop Cleene Molen 1802
  • Nr 33, Staat van Goed Pieter De Clerck 1798
  • Nr 181, Huwelijkscontract Medard Wintein en Hoanna Beyts 1798
  • Nr 184, Rentebrief Libertine van Zuylen de Nijevelt 1771.

Nota’s

  1. Wintein, Rond de Poldertorens jaarg. IX, I967 nr. 1, Kaart en Lijst n° 100 Kleine Molen, n° 47 Grote Molen.
  2. Rotsaert, “Molens in de schaduw van de Poldertorens”. Een greep uit de genealogie Cattoor, In "Rond de Poldertorens" XIVe jaargang 1972, nr. 1, p. 22.
  3. Zijn zelfs...: meerderjarig omdat hij meer dan 25 jaar oud is.

Mededelingen - 1. Over de Oostmolen of Cleene Meulen te Dudzele

Germain Vandepitte

Rond de poldertorens
1973
04
149-151
Ludo Sterkens
2023-06-19 14:41:38