Lapscheure 1796

Firmin Roose

De laatste pagina’s van het 3e Parochieregister van Lapscheure    1 laten ons een curiosum zien, dat wij nog in geen enkel ander P.R. gevonden hebben: p. 905 bevat begrafenisakten in het Latijn, p. 906 is volgeschreven met een mededeling in het Frans en op p. 907 staan twee overlijdensakten in het Vlaams. (Jawel, in het Vlaams, want het taaltje, waarin die akten zijn opgesteld, kan je bezwaarlijk Nederlands noemen!)

Velen zullen dit een weliswaar eigenaardige, maar overigens onschuldige vondst noemen. In feite zit aan die drie bladzijden een brok tijdsgebonden geschiedenis vast, de illustratie van een ingrijpende wijziging in het leefpatroon van onze voorouders, ni. de overgang van het Oude Regime    2 met zijn parochieregisters, naar het Nieuwe met zijn Burgerlijke Stand. Laten wij, met Lapscheure als voorbeeld, dit gebeuren even van naderbij belichten.

1. De Burgerlijke Stand

a. Tijdens het Oude Regime

Parochieregisters zijn boeken, waarin de pastoor of zijn gemandateerde data, namen en meer andere bijzonderheden betreffende doopsel, huwelijk en begrafenis van zijn parochianen moet vermelden.

Het voorschrift tot het bijhouden ervan werd gedecreteerd op 11 november 1563, op één van de laatste zittingen van het Concilie van Trente: iedere pastoor moest in een register schrijven datgene wat hij, naar zijn mening, verplicht was te noteren. Verder werden er geen welbepaalde instructies gegeven; de pastoor handelde dus naar eigen goeddunken. Het Eeuwig Edict van Albrecht en Isabella (1611) verplichtte de gemeentemagistraten ieder jaar een dubbel te laten opmaken van het register, dat de pastoor aan hen moest voorleggen. Hierdoor werden de PR. gepromoveerd tot de eerste bewijzen van Burgerlijke Stand; méér nog, zij waren het enige bewijsmiddel waarover de burgerlijke overheid kon beschikken. Een keizerlijk edict van 6 augustus 1778 preciseerde de onderrichtingen en gaf duidelijke voorschriften nopens de gegevens, die in de onderscheidene akten dienden vermeld te worden.   3

Zo was de toestand, wanneer de Fransen in juni 1794 onze gewesten veroverden: de pastoor zèlf van de betrokken parochie was in feite de gemachtigde archivaris van de oorspronkelijke P.R.,, terwijl de gemeentemagistraten tot taak hadden de "dubbels" te bewaren.

b. In de Franse tijd

De grondwet van de Franse Revolutie kende in 1791 de macht tot het opstellen van geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten uitsluitend toe aan de burgerlijke overheid. De wet van 20 september 1792 gaf precieze richtlijnen nopens het bewaren van de registers: voortaan kwam slechts één plaats hiervoor in aanmerking, “la maison commune”, het gemeentehuis.

Nog verder ging het decreet van 7 vendémiaire an IV (29 sept. 1795), dat niet alleen aan de geestelijken verbood nog akten of attesten af te leveren, maar dat zelfs strengen straffen voorzag voor die functionarissen, die zo “vermetel” waren in de akten melding te maken van godsdienstige ceremoniën als bij voorbeeld doopsel of begrafenis. Dit decreet betekende dus de volledige scheiding van Kerk en Staat, het totaal onttrekken aan het gezag van de Kerk van al wat met de Burgerlijke Stand iets te maken had.

Door de wet van 9 vendémiaire an IV (1 okt 1795) werden onze gewesten bij de Franse. Republiek ingelijfd. De Franse wetgeving inzake B. St. werd hier van kracht door een besluit van 29 prairial an IV (17 juni 1796), dat het toepassen van de wet van 20 sept 1792 invoerde, en door dit van 7 pluviose an v (26 jan 1797), dat het decreet van 7 vendémiaire an IV bekrachtigd. Deze besluiten voltrokken althans voor onze streken het doodvonnis over de officiële parochiale registers.   4

Een besluit van 26 pluviose an IV (15 febr. 1796) groepcercle kleine gemeenten in kantons, een soort “federaties van gemeenten” avant-la-lettre. Zo werd Westkapelle zetel van een kanton, waartoe ook Lapscheure behoorde. 5 In totaal waren er in West-Vlaanderen 40 dergelijke kantons, die elk een “administration municipale” en een vrederechter kregen.

Commissarissen van het hoofdbestuur kwamen geregeld de “maires” of kantonvoorzitters aanmanen de wetten door hun onderhorigen te doen eerbiedigen. Dat deden die heren ook voor de wet van september 1792, over de toepassing waarvan wij het thans zullen hebben.

2. Parochieperikelen te Lapscheure

Vooraf willen wij toch even het parochiebestuur van Lapscheure onder de loep nemen, Sinds 1778 was Joannes Matthias Waeijaert er pastoor en had “met eenen overmoyelicken iver syne schaepen bestiert”. Zoals op zijn grafsteen in de zuidelijke kerkmuur gebeiteld stond, was hij te Zarren geboren als zoon van Joannes Waeijaort en Anna-Maria van Middelein. “Besonderlick heeft hij ujtgeschenen in ‘t verderen ende schilderen deser kercke, ende aen de selve (heeft hij) besorght de reliquien van den II. Cornelius en Quirinus”.   6

Op 9 april van het beruchte jaar 1796 schreef pastoor Waeijaert zijn laatste doopakte in het P. R. Toen moest de man wegens ernstige ziekte het bed houden en werd hij op de parochie vervangen door Pater Casimirus, “deservitor ad interim”. Deze laatste diende op 18 april zijn eerste doopsel toe. Op 11 mei overleed de pastoor en twee dagen later werd hij door zijn parochianen met een plechtige dienst ten grave geleid. Hij was 57 jaar. Door een fondatie was de kerk verplicht “jaerlyckx, op synen sterfdagh voor syne ziele een eeuwigh jaergety, ende een maete. tarwe in brood aen de aerme op den houtaer, ende aen de baer(d) elk vier keirsen, met het luyden savents te vooren eens en sanderdaghs smorgens en smiddags twee poosen, eeuwiglyck te ontlasten”.

Pater Casimirus vervulde het hem toegewezen ambt tot 15 juli en toen kwam een andere deservitor, Pieter Jozef Verlinde, hem opvolgen. Zeer lang heeft deze man de officiële akten van de Burgerlijke Stand niet moeten bijhouden: hij noteerde welgeteld twee akten, één doop- en één begrafenisakte, beide op 27 juli.   7 Kort daarop daagden de agenten van de municipale administratie op met het formeel verzoek hun de P. R. te overhandigen, verzoek dat P.J. Verlinde noodgedwongen diende in te willigen.

3. De laatste Pagina’s

a. Latijn:

Op pagina 862 van het derde parochieregister van Lapscheure lezen wij de laatste officiële doopakte, 27 juli 1796. Het is die van een kind dat daags voordien ter wereld kwam, Anna-Catharina, dochter van Frans Lootens en Emiliana vanden Abeele. Het laatste huwelijk werd op 15 juli ingezegend en staat geboekt op p. 879: Jan Bots uit Westkapelle met Josepha Gunst uit Stalhille.

Pagina 905 tenslotte sluit met volgende begrafenis-akte van de 8-jarige Jakob Huruz:   8 “Die vigesima quinta julii 1796 hora sexta vesportina obiit munitus oleo infirmorum et vigesima septima sepultus est in coemeterio versus meridiem Jacobus Bernardus Huroz filius Jacobi Isidori et Isabellae Clarae Tange conjugum aetatis erat 8 annorum, ex hac parochia. P.J. Verlinde, deservitor in Lapscheure”.

b. Frans:

De 22ste thermidor an IV, zijnde 9 augustus 1796, was het met het rijk van PJ. Verlinde, als officiële ambtenaar van de Burgerlijke Stand, uit. Daar zorgde Frans Gheijle voor, als voorzitter van het kanton Westkapelle. Maar laten we de mededeling van p. 906 voor zich zelf spreken; ze laat aan duidelijkheid niets te wensen over:   9

“L’an quatrième le vingt-deux thermidor, je soussigné, président de l'administration municipale près le canton de Westcappelle, accompagné de l’agent municipal le citoyen Joseph van Houtte de la commune de Lapscheure et Pierre de Groote son adjoint, a l’intervention du citoyen Jean baptiste Verburgh, commissaire du directoire exécutif près le dit canton de Westcappelle, me suis transporté chez le citoyen Pierre Joseph Verlinde dé-serviteur de la cure de la commune de Lapscheure en son domicile, parlant a lui, il a été invité à nous représenter les Registres et autres actes relatifs au naissances, mariages et décès, conformément à la loi du vingt Septembre mille sept cent quatre- vingt douze /:V:S:/ il nous a été représenté par le dit citoyen Pierre Joseph Verlinde dé-serviteur de la cure de la commune de Lapscheure le Registre dont le contenu d’autre part contenant actes des Decès,   10 dont le dernier daté le vingt-cinq juillet mille sept cent quatre-vingt-seize, lequel a été clos par moi, en présence et l'intervention des susdits le jour, mois, et an comme auparavant dit.

J. Verburgh, commissaire de d. ex., Frans Gheijle, président, Joseph Van Houtte, agent, Pierre De Groote, adjoint

c. Vlaams:

De laatste bladzijde van het register, p. 907, bevat twee overlijdensakten, opgesteld volgens de Franse wetgeving, maar ... in een soort Vlaams vertaald:

“haden den tweoden fructidor vierde jaer der fransche republijke, om t uren van den morgen voor mij, Joseph van houtte, agent municipael der comune van Lapscheure, canton de Westcappelle, is gecompareert in het huijs van de comune carolus schoenlapper, oudt eenenviftijgh jaeren, woonende op het dorp der selve comuna, benevens Augustinus de Sutter, landtbouwer ende Joannes huijge, herbergier, beijde in dese comune woonende, dewelke mij hebben gediclareert dat marij trese Verbrugge, verwekt bij Joanna Verlecke, oudt ontrent Een jaer, gisteren ontrent negen uren van den avont is overleden; ingevolge dese diclaratie ben ik aenstonts naer Sijn domicillie gegaen, ik hebbe mij versekort van de dood van de geseijde Marij trese Verbrugge, en ik hebbe daervan den tegenwoordigen act op gestelt, welken carolus Verbrugge vader, Augustinus de Sutter, Joannes huijge benevens mij ondertekent hebben.

gedaen in het huijs van de comune desen tweeden fructidor vierde jaer der fransche republike.

dit is het marcq van Carel Verbrugge, Augustinus De Sutter, Joannes Huijghe, Joseph Van Houtte agent”.

De tweede overlijdensakte op dezelfde pagina is deze van Jacoba Francisca, het dochtertje van Jan De Bruijker en Jacoba de Klerck. Het overlijden werd op 5 fructidor aangegeven door Crispinus Temmerman, schoenlapper, en Pieter Lippens, “sampetter deser comune”!

d. Toemaatje:

Hiermee sluit het P.R. van Lapscheure dan een eeuwenlange periode van onze geschiedenis af. Ten einde een smaakje te geven van de stijl waarin de andere akten opgemaakt werden, drukken wij hieronder de geboorte- en de dito huwelijksakte af, die de “agent municipael Joseph Van Houtte” inboekte op p. 864 en 881.

1. “heden den aghtentwjntjjgsten termidor vierde jaer der fransche republike, om thien uren Smorgens voor mij Joseph Van Houtte agent municipael der commune van Lapscheure canton de Westcappelle, is gecompareert in het huijs van de commune Beirnaerdus Depover, aerbeijder oud 33 jaeren, woonende op Sint Pieters dijk, den welken geassisteert door Joannes Quintens, jonghman ter oude van 22 jaeren, woonende op Sint Pieters dijk, ende door Joanna De Sutter jongedoghter ter oude van 22 jaeren, woonende in de Polderstraete,   11 heeft verclaert aen mij, Joseph Van Houtte, dat Isabella Ballie oud 44 jaeren, sijn huijsvrouwe in wittijgh huijweljjk, gisteren 27ste dat van de tegenwoordege maend, om thien uren van den avent in sijn huijs staende op Sint Pieters dijk, gebaerd heeft een soone die hij mij heeft gepresenteert en aen wie hij heeft den voornaem gegeven van Beirnaerdus Franciscus ingevolge dese dicleratie, welke de burgers Joannes Quintens en Joanna De Sutter hebben bevestijgt overeen te komen met de waerheijt, ende de representatie welke mij gedaen is geweest van het genoemde kijndt hebbe ik uijt kraghte van de maght aen mij verleent den tegenwoordijgen act op gestelt, welken Beirnaerdus Depover vader van het kijndt, ende twee getugen Joannes Quintens en Joanna De Sutter benevens mij onderteekent hebben. gedaen in het huijs van de commune desen 28ste termidor vierde jaer der fransche republijke.

dit is het marcq xx van Beirnardus Depover, Joannes Quintens, Joseph Van Houtte agent”.

2. “het vierde jaer der fransche republike 27ste fructidor (12) voor mij Joseph Van Houtte agent municipael van het gemeente van Lapscheure, hebben hun gepresenteert Alexander Pijcke werkman alhier, oud 41 jaeren, soone van Pieter bij Susanna Vermael, weduwnaer van Joanna Minnaert, ende Jacoba Vande Moere doghter van Jacob bij Marij Autermans, jongedoghter oud drijendertigh jaeren, beijde woonende in dit gemeente, vergeselschapt van Joseph de decker lantbouwer oud 40jaeren, Pieter Gouweloose werkman oud 40 jaren, Augustinus De Sutter landbouwer oud 30 jaeren, ende Joannes Huijge herbergier oud 36 jaeren, dewelke hier in dit gemeente sijn woonende, dewelke naer volkomen te hebben aen alle disposition betreckelijk tot het houwelijk ende gewilt door de weth van den 20ste 7 ber 1792, hebben in wedersidsche verklaeringe gedaen van malkaer te aenveerden in Staedt van houwelijk, ende ik hebbe uijtgesprocken in de tegenwoordigheijt van de getugen hier boven gemelt ende in den naem ende uijt kraght van de weth dat sij in houwelijk vereenight sijn.

gedaen in het huijs van de gemeente van Lapscheure. ten daege maend en jaere als boven” (volgen de handtekeningen + het merk van Jacoba Vande Moere).

En zo was voor Lapscheure dan de “Nieuwe Tijd” ingetreden. De pastoors hielden nog wel registers bij van hun handelingen ter zake, maar deze hadden geen enkele officiële waarde meer.

De teksten die de “municipaele agent” voor de akten moest bezigen, zijn tot op heden betrekkelijk weinig veranderd; enkel de taal is wel iets beschaafder geworden. Wij leven dus thans, na 175 jaar, ook op dit gebied nog naar de maatregelen, die door Franse wetgeving aan een groot deel van Europa opgedrongen worden.

Noten:

  1. In het Rijksarchief te Brugge worden 3 parochieregisters van Lapscheure bewaard; het 3e bevat de dopen van 1781, de huwelijken van 1793 en de overlijdens van 1792 af. De alfabetische klapper draagt het nr. 85.
  2. Men heet Ancien Régime of het Oud Bewind de periode, die met de Franse Revolutie eindigde, daar deze alle rechten van de adel en van de geestelijkheid afschafte.
  3. Wie meer over Parochieregisters wil weten, kan met vrucht de gestencilde uitgave van Michiel De Bruyne, alsook de VVF-cursus van Michiel Mispelon over dit onderwerp raadplegen.
  4. Een en ander over de Franse Tijd kan men lezen in de Inleiding tot de “Inventaris van het Archief van de Franse Hoofdbesturen in West-Vlaanderen 1794-1814” door Dr. Jos. De Smet, Brussel 1951.
  5. Benevens Westkapelle en Lapscheure maakten ook Heist, Hoeke, Knokke, Ramskapelle en Sint-Anna-ter-Muiden deel uit van dit kanton. Tot het kanton Damme behoorden Damme, Dudzele, Koolkerke, Lissewege, Moerkerke, Oostkerke en Sint-Kruis.
  6. Zie Luc Devliegher “De Zwinstreek”, Lannoo Tielt 1970, p. 122.
  7. Wat verder in deze bijdrage zal men als datum lezen: 25 juli. Het verschil komt hierdoor, dat de pastoor de begrafenis- en de “agent” de overlijdensdatum vermeldde.
  8. “Op de 25ste dag van juli 1796, te 6 uur ‘s avonds, overleed, voorzien van de Olie der zieken, en op de 27ste is begraven op het kerkhof, naar het zuiden toe, Jacobus Bernardus Huroz, zoon van Jacobus Isidorus en Isabella Clara Tange, zijn echtgenote. Zijn leeftijd was 8 jaar (en hij was) uit deze parochie”.
  9. Wij noteerden de mededeling, zoals zij in het register staat, fouten en verkeerde accenten inbegrepen. Tot meerdere duidelijkheid voegden wij hier en daar een komma bij. Dit geldt eveneens voor de volgende akten.
  10. Een gelijkaardige mededeling, maar dan voor geboorten en huwelijken, vindt men in hetzelfde register op de bladzijden 863 en 880.
  11. Het duurde bijgevolg een hele tijd vooraleer er een huwelijk te Lapscheure gesloten werd: 1ste geboorte 15 augustus, 1ste overlijden 19 augustus, 1ste huwelijk pas op 13 september 1796.

Lapscheure 1796

Firmin Roose

Rond de poldertorens
1971
03
086-092
Mado Pauwels
2023-06-19 14:41:38