Museumbladzijde
Alaam gebruikt bij de Aardappelteelt in de Polders

Paul Braet

In Biekorf 1962, blz. 321-334, verscheen een interessant artikel van de hand van L. Van Acker: De Opkomst van de Aardappelteelt in West-Vlaanderen en in West-Europa. Daar vernemen wij hoe de uit Engeland verjaagde Karuizer Robert Clark reeds in 1620 de aardappelteelt verspreidde in de omgeving van Nieuwpoort meer dan 80 jaar voor Verhulst en meer dan 100 jaar voor Parmentier! Al vlug schoof de kweek naar het oosten door tot in onze streek.

De Polders van West-Vlaanderen schijnen wel één der allereerste streken van Europa te zijn, waar de aardappel met succes werd gekweekt. In de 18e eeuw vinden we bij ons reeds dikwijls de aardappel vermeld in Staten van Goed, zoals wij het in meerdere bijdragen in "Rond de Poldertorens" konden aantreffen.

Eerst werden de aardappelen geplant met de hak of met de spade. Dan begon men algauw met houten voorwerpen voren te trekken. Later kwam er grote verbetering; de wagenmaker maakte een soort ploeg met houten boom, voorloper en handvat, de smid zorgde voor twee stevige ijzeren bladen; deze werden op het houten stel van de wagenmaker gevestigd en zo kon men veel vlugger en beter de aardappelvoor trekken. De knollen werden met de hand in de voren gelegd.

Men gebruikte dezelfde ploeg om de opgestoken grond terug op zijn plaats te duwen. De aardappelen konden groeien.

Bij het rooien kon opnieuw dezelfde ploeg gebruikt worden. De "scharren”, die dienden voor het ophopen, werden er af genomen en vervangen door een soort riester met tanden er op. Het mes gaat onder de berm waarin de knollen zitten. De aardappelen worden door de tanden uit de grond getild en komen in een rij achter de ploeg te liggen.

Na jarenlang gebruik van dit alaam, kwam de grote evolutie. De fabrieken zochten ook naar verbetering en modernisering van het landbouwmateriaal. Eerst kwam de aardappel-inlegger (één rij ineens), getrokken door een paard. Een man zat op de machine, terwijl een andere het paard en het tuig leidde. De machine opende een voor, de persoon op het voortrollende tuig vulde uit de meegevoerde voorraad, bakjes met aardappelen, die met een draaiende beweging, de knollen in de voor lieten neervallen; dan volgden twee scharren die de voor terug dicht deden. Dus voren trekken, inleggen en dekken: drie bewerkingen ineens.

Nu gaat het tegenwoordig nog vlugger. De werkwijze is nog dezelfde, maar in plaats van één rij, gaat het met drie rijen ineens. En de zwaardere machine wordt getrokken door een tractor.

Met de aardappel kwam ook het Coloradokevertje bij ons aan. Deze kever komt uitsluitend voor op de aardappelplant. De eitjes worden in trossen aan de onderkant van het blad gelegd, en daar door de zonnestraken uitgebroed. Uit de eitjes komen vraatzuchtige larven die grote delen van het blad verslinden. En daar de bladeren alzo uitgedund worden, kunnen de knollen niet voldoende wassen en blijven ze klein. Dus moet de landbouwer deze kevertjes verdelgen... Later komt wel een artikeltje over het sproeien.

Museumbladzijde - Alaam gebruikt bij de Aardappelteelt in de Polders

Paul Braet

Rond de poldertorens
1973
03
113-114
Ludo Sterkens
2023-06-19 14:41:38