Rechtspraak in het Brugse Vrije
a/ Fatale Dwaasheid

Germain Vandepitte

Tamelijk laat in de avond wendden Antoon Merhaghe en zijn gebuur Jacob van Graefschepe de steven en voeren huiswaarts. Even hadden ze wel wat moeite gehad om de goeie koers uit te zetten, maar eens op de rechte weg, kon niets meer hen tegenhouden.

Ze hadden genoeg hoogte om al het aardse gemier laatdunkend te bekijken en er hun conclusies uit te trekken. Nee ‘t was allemaal niet zoals het hoorde. Tijd werd het, dat er eens één en ander werd rechtgezet! Uitgerekend toen Merhaghe het punt had bereikt dat hij tot daden bereid was, kreeg hij het huis van Marten Lanssens in het vizier. Voilà, ook al iets dat moest geregeld worden, zo spoedig mogelijk. En waarom niet terstond? Hij kon dat even goed nu uitpraten.

Hij liep op het huis toe en begon op de deur te bonzen, onderwijl roepende de ze nu maar eens moesten openmaken en het eens komen uiteenzetten hoe het nu werkelijk in mekaar stak en hoever het nu stond met de zaak van die koe die Lanssens gekocht had van stokhouder Toortelboom en waarvoor hij, Merhaghe, borg stond.

Daar wilde hij van af zijn, begrepen? Niets roerde op piepte er binnenshuis. Het maakte Antoon slechts bozer. Wel verdomme, doet open zeg ik, of ik trap de deur in!

Woest sloeg hij met de vuisten op de gesloten deur. Eindelijk hoorde hij een vrouwenstem roepen dat het veel te laat was en de deur niet meer zou opengedaan worden.

Razend liep Antoon op het venster toe, ramde dat venster in en kroop door die opening het huis binnen, waar hij vloekend en tierend voor de vrouw kwam te staan die bangelijk en angstig te bed lag. Bevend van schrik kwam de vrouw het bed uit en opende de deur waarop ook Van Graefschepe binnenkwam. Uiteindelijk kon deze zijn gezel overtuigen het huis te verlaten om huistoe te gaan.

Dat gebeurde op Tweede Sinksendag van het jaar 1691 te Dudzele. Het vervolg van deze geschiedenis vond plaats in en om de gevangenis te Brugge. De heren schepenen van het Brugse Vrije, de Gras en van Altere, ondervroegen Antoon Merhaghe in de gevangenis nopens zijn bravourstukje. Hij, Anthone Merhaghe, was zoon van Jooris, nu 26 jaar oud en geboren te Steenvoorde in het Westkwartier van het Brugse Vrije. Hij woonde nu te Dudzele en was werkman voor zijn dagelijks brood.

Over de feiten zegt Merhaghe dat hij van geen feitelijke twisten weet tussen hem en zijn buurman Lanssens, tenzij dat één feit van die koe door Marten gekocht van stokhouder Toortelboom en waarvoor hij borg was. Daarvan wilde hij ontslagen zijn. Op die Tweede Sinksendag had hij met zijn gebuur en nog andere herberg-pilaren de ronde gedaan van de bierhuizen op het dorp te Dudzele. Omstreeks 10 à 11 uur ‘s avonds waren hij en zijn naaste buurman Jacob Van Graefschepe huiswaarts getogen. Toen hij aan het huis van Marten Lanssens kwam, had hij gevraagd, enfin geroepen, of ze al slapen waren gegaan omdat hij die zaak nog even wou bespreken. De vrouw had dan toch geantwoord dat haar man niet thuis was en dat het trouwens toch al te laat was. Juist toen hij zijn weg wilde vervolgen ging de deur toch open en vroeg ze of hij nog binnenkwam, wat hij gedaan heeft. Daar hebben ze conversatie gevoerd “intvriendelicke” zonder schelden of verwijten, dat kan Van Graefschepe getuigen daar deze hem binnen was gevolgd.

Gevraagd hoe dat stond met die gebroken vensterramen, ontkende hij ten stelligste op de deur te hebben geslagen en gestampt. Nog overtuigender klonk zijn stelling, dat hij zeker geen raam zou hebben ingeslagen en daardoor naar binnen zijn gegaan. Nee, hij was geenszins bij drank geweest en hij wilde er enkel spreken over die borgtocht.

Jacob Van Graefschepe werd natuurlijk ook verzocht zijn versie te geven. Hij was tot in de late avond in de herberg gebleven te Dudzele op het dorp. Samen met Merhaghe zijn gebuur, is hij dan huiswaarts gekeerd. Op een tiental roeden van het huis van Marten Lanssens is hij blijven staan om een plasje te maken, terwijl Merhaghe is voortgegaan zeggende dat hij daar nog even iets te regelen had. Zo kwam het dat hij niet gezien of gehoord had dat Anthone op de deur zou geklopt hebben of gestampt en nog minder dat hij het venster zou hebben ingebeukt en langs daar in huis zou zijn binnengedrongen. Toen hij er aankwam heeft hij de deur open gezien en stond Merhaghe binnenshuis te praten met de vrouw. Even nadien zijn ze in vriendschap gescheiden, elkaar goedenavond toewenschende.

Neen, Merhaghe noch hij hadden een stok in de handen gehad. Neen, hij heeft Merhaghe niet bij het lijf of de benen getrokken om hem te beletten inbraak te plegen. Verder weet hij er niets over te vertellen.

Op 27 juni werd Merhaghe overgebracht naar de Kamer van het Schepencollege waar zijn verklaring hem werd voorgelezen. Hij had daar niets aan toe te voegen. Neen, zo was het geschied. Ook Van Graefschepe verging het op diezelfde wijze. Neen, hij bleef bij zijn getuigenis van daags tevoren.  Graefschepe en Marten Lanssens werden dan geconfronteerd, maar dat was een mate voor niets. Even zo een samenbrengen van Merhaghe en Petronella Doens, de vrouw van Marten Lanssens.

Toen deze Petronella tegenover Van Graefschepe kwam te staan klaarde te situatie wat op. Zo werden ze gevraagd hoe het mogelijk was dat de vrouw kon zien van in haar bed dat Van Graefschepe zijn gezel bij de benen had getrokken toen die door het venster wilde klimmen. En toen deze eenmaal binnen was, hoe ze is opgestaan om de deur te openen voor Van Graefschepe, toen ze diens stem hoorde. Hoe het bijvoorbeeld mogelijk was dat hij het venster niet heeft horen breken. Dat kwam natuurlijk omdat hij er later was aangekomen. De vrouw had voor hem de deur geopend. Hoe Merhaghe is binnengeraakt weet hij evenmin te zeggen. Even later stond Van Graefschepe oog in oog met Marten Lanssens. Deze laatste was formeel en zegde dat hij Van Graefschepe gezien heeft voor zijn huis terwijl de andere bezig was het venster te forceren.

Merhaghe hield verder de stelling staande dat hij langs de deur was binnengegaan en dat de vrouw al op de vloer was toen hij binnenkwam, dat zij na zijn intrede de deur heeft toegedaan en dan terug geopend heeft om Van Graefschepe binnen te laten. Daarover ondervraagd, zegt Van Graefschepe dat hij zich niet meer kan herinneren of de deur open of toe was toen hij aankwam. Men voelt zo aan dat die twee liegen tegen beter weten in.

Intussen kan men zich afvragen waar de heer des huizes was. Verder blijkt dat deze vol angst en beven een veilig heenkomen had gezocht op zijn zolder.

Daar het onderzoek geen bevredigend resultaat had, werd dan maar besloten de grote middelen te gebruiken en onze vriend Merhaghe over te brengen naar de opera, zijnde “de camer van Lapscheure” om hem daar te laten zingen. Gedurende drie uur zou hij daar getortureerd worden bij loting (1) werden de schepenen aangeduid die moesten assisteren bij deze tortuur: van 8 tot 10 schepenen De Gras en Veranneman; van 10 tot 12 Simon Huerblock en Peelaert. Ze zouden bijgestaan worden door de pensionaris Dubarry.

Dezelfde avond van de 27e juni was alles in gereedheid gebracht en werd om negen uur stipt de patiënt voorgeleid. Dokter Baudens zou zorgen voor zijn lichamelijk welzijn. Dit bleek meer dan nodig, want niet zodra was Merhaghe binnen of bij het zien van al dat moois, ging hij van zijn sokken, “voorseyde Merhaghe bevonden subitelick overvallen met qualickte ligghende buyten kenisse”. Dokter Baudens was van oordeel dat het was van schrik voor de tortuur.

Ondanks al zijn pogingen om Merhaghe in beter conditie te brengen, bleef hij buiten bewustzijn. Daar dit reeds aansleepte tot twaalf uur en er geen beterschap viel waar te nemen, besloten de aanwezige heren, na overleg, de zaak uit te stellen. De patiënt zou daar blijven onder toezicht van de officieren tot hij ‘s anderendaags terug naar de gevangenis kon worden gebracht. Verder zou men dan ook zien wat er te doen was.

De volgende dag resolveerden de heren dat de tortuur moest doorgaan diezelfde avond. Ditmaal werden de heren Pierloot en La Vilette uitgeloot van 8 tot 10 uur. Van 10 tot 12 zouden de schepenen Pierloot en Van Alter de zaak in handen hebben, samen met pensionaris Dubarry,

Hoe het kwam weten we niet, maar opnieuw ging de zaak niet door. Pas op 2 augustus werd Merhaghe opnieuw in de “camer van Lapscheure” ontvangen. Op 9 uur ‘s avonds verscheen hij voor de schepenen Pierloot en La Vilette. Een laatste maal werd hij vermaand volledige waarheid te zeggen. Antoon verklaarde onder veel gelamenteer en protest “onnosel” (2) te zijn. Kort over tien werd komaf gemaakt en werd een aanvang genomen met de pijniging. De patiënt bleef stilletjes zitten en zweeg tot ongeveer elf uur, maar toen is hij beginnen schreeuwen en jammeren van de pijn. Hij smeekte dat men hem zou loslaten, dat hij al zou zeggen wat men hem vroeg. “Maar doet me niet zeggen wat niet waar is”. Om elf uur en half zei hij “met een lachende mijne (3) ‘t gaet wel, ‘t en doet geen seer, ‘t is nu so naer deure dat ick hier sitten moet (4). Ick soude wel een lijdeken singhen (5). Mijne heeren wil ick een lijdeken singhen? Godt sal mij haelen ende ick sal voor u bidden. Dat en is maer één van al die mij teghen zijn. De man is onnosel en beschuldicht mij niet, maer doet de vrauwe de pijne aen die ghij mij aendoet. Ick hebbe gheen pijne ‘t is maer dat ‘t hooft drayt, soude het wel van ‘t bier sijn? En compt nu mijn pulst (6) niet voelen, ick en sal nu niet sieck worden. Vraghende wederom los te wesen ende om dan met dheeren in vriendelijckheijt te moghen clappen ende eens met hun te drincken.”

Wat later zegt hij langs de deur in huis te zijn gegaan en niets te weten van een gebroken venster. Ja, ik heb het gedaan, zei hij dan. Op de vraag wat hij gedaan had, antwoordde hij: dat wat ge vraagt, al en is ‘t niet waar! Ik ben langs het venster binnen gegaan. Op de vraag hoe hij dit geopend had, zegde hij dat niet te weten, en dat hij spreekt door de pijn en dat zijn benen waarmee hij altijd zijn kost verdiende nu gebroken zijn,

Om twaalf uur is hij bereid alles te zeggen, als men hem maar los laat. Hij verklaarde het venster van buiten uit te hebben gebroken. Later zegde hij beide vensters, twee glazenvensters doch niet te weten welke hij het eerst heeft gebroken. Hij is dan langs één van die vensters binnengeklommen.. De houten beschotten aan de binnenkant heeft hij met zijn vuisten opengestoten.. Verder zegde hij dat Jacob Van Graefschepe daar ook bij was en ze na de feiten besloten hadden van niet te spreken. Hij heeft de vrouw niet uitgescholden; doch even later bekende hij te hebben gezegd “hekse en toveresse” en eveneens dat hij gedreigd had de man dood te smijten. Na eerst geloochend te hebben, bekende hij dan toch dat Van Graefschepe hem bij zijn jas getrokken had om hem te weerhouden door het venster in te breken. Nadien hebben ze elkaar gezworen dit feit te verzwijgen.

Om twaalf uur dertig werd de tortuur gestaakt. Zoals gewoonlijk, werd hem zijn verklaring de volgende dag voorgelezen en ter ondertekening voorgelegd. Eerst verklaart hij zich akkoord, maar even later komt hij erop terug en zegt dat hij enkel gesproken heeft en bekend door de pijn. Maar hij wil liever alles bekennen en zelfs sterven dan nog eens de tortuur te moeten meemaken. Tenslotte werd hij uitdrukkelijk vermaand de waarheid te zeggen, daar hij het College amuseerde met zij tegenstijdige verklaringen. Uiteindelijk zegde hij “dat het alsoo al waerachtich is dat hij gister in de pijne heeft bekent ende hier boven staet geschreven ende dat hij het gonne voorseit aen Jacob Van Graefschepe sal aenseggen”.

Er werd besloten de delinkwent nog maar eens te confronteren met Jacob Van Graefschepe. Deze hield staande niet gehoord te hebben of gezien dat Merhaghe de vensters zou gebroken hebben. Ook loochende hij afspraak te hebben gemaakt om de feiten te verzwijgen of te verdraaien.

Merhaghe verklaarde dat Graefschepe omtrent twee roeden van de plaats van het gebeuren stond en dat hij dat wel kon gehoord en gezien hebben, maar niet te weten of dat inderdaad ook zo was. Ook bevestigde hij het feit dat Graefschepe hem niet aan zijn benen of zijn frak weerhouden had om te verhinderen dat hij door het venster zou klimmen. Eveneens loochende hij dat ze, staande bij de balie van het hof van Lanssens, een overeenkomst hadden gemaakt “om de faicten niet te kennen”.

Hij herhaalde ook, over al wat door hem gedeclareerd werd tijdens de tortuur, “dat er niet van en is”. Nog eens vermaand, vraagt hij aan de heren dit niet op te schrijven omdat hij anders weer in de folterkamer zou komen en hij nog liever sterft dan dat nog eens mee te maken.

Nu werd besloten eens te informeren bij de autoriteiten van Dudzele nopens het gedrag van de echtelingen Lanssens. In de zitting van 14 augustus 1691 werd in extraordinaire vergadering van het College voorlezing gegeven van de ontvangen rapporten. De Hoofdman en de berijder van Dudzele lieten weten dat Marten Lanssens en zijn huisvrouw “sijn beeden staende in goede name ende fame”.

Na dit rapport werd overgegaan tot het vonnissen van de beklaagde. Hij werd in de vierschare veroordeeld gebannen te worden “uit den lande vanden Vrijen, appendanschen ende contribuabele van diere, mitsgaeders de platsen daerinne gheinclaveert, voor den tijt van zes jaeren, met interdictie als naer stijle, hem condemnerende inde costen ende misen van justitie. Actum eodum. Schuerman.

In dezelfde zitting werd besloten in de Kamer te doen verschijnen Jacob Van Graefschepe “ende hem met opene deuren op beede zijn knien, Godt ende Justitie vergiffenisse te doen bidden, hem ten surpluijse ghevende een scherp vermaen.

Bron

  • Rijksarchief Brugge, Brugse Vrije, register nr. 16993 f° 183—189.

Noten

  1. Bij loting: eerste vermelding dat die aanduiding per loting gebeurde. Bij verschillende andere teksten werd dat nooit vermeld.
  2. Onnosel: onschuldig. Vgl. Onnozele Kinderendag.
  3. Met een lachende mijne: een lachende, spottende mimiek op het gelaat.
  4. ‘tls nu so naer deure...: de tijd is bijna verstreken die ik hier in de tortuur moet zitten; die was gesteld op 3 uren.
  5. Een lijdeken singhen: een liedje zingen.
  6. Mijn pulst voelen: de pols voelen.

Rechtspraak in het Brugse Vrije - a/ Fatale Dwaasheid

Germain Vandepitte

Rond de poldertorens
1975
02
059-065
Ludo Sterkens
2023-06-19 14:40:26