De opgravingen te Sint-Anna-ter-Muiden in 1962

door Baron de Meester de Betzenbroeck

Het kerkhof dat slaapt rond de zware toren - enig overblijfsel van de kerk uit de XIVe eeuw - en rond het Gereformeerde Tempeltje van 1653, was zodanig overwoekerd door het onkruid, dat enkele werklozen de opdracht kregen de boel eens grondig om te spitten.

Rond de 15e januari 1962, vielen de 5 werklieden almeteens stil: zij hadden enige dagen stelselmatig al dat wilde gras twee spaden diep gedolven, maar nu werd het werk te lastig. Dat was geen aarde meer, maar niets dan stenen. Ze schaafden de bovenlaag wat af en vonden een oude, met steen geharde wegel. Dit was de “Molenweg” die nog slechts terug te vinden is op oude kaarten (bv. 1713: Nr 2900 in Arch. te 's Gravenhage; 1728 en 1745: Atlas Hattinga, Rijksarchief Middelburg Zeeland, I 35).

Daarna konden de werklozen weer geruime tijd zonder moeite twee spaden diep omspitten. Op omtrent 1 m van de oude Molenweg, in de noorderlijke hoek van het kerkhof, vonden onze mannen iets ronds in potaarde. Met veel zorg haalden zij een aarden pot boven, met een deksel. Dat namen ze af, en hoe verbaasd keken zij, als zij in die pot een schedeltje en wat ver verstorven beenderrestjes ontwaarden van een heel klein kindje. Wat verder vonden de mannen nog een tweede dergelijke pot.

De burgemeester was intussen verwittigd en die alerteerde de "Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek” te Amersfoort. Zij zonden ons dhr S. Bokma. Deze huurde meer werkvolk en miek plans op en de inventaris van wat opgegraven werd.

Zo werden nog twee "kinderpotten" gevonden - in totaal dus 4 - steeds in dezelfde noorderhoek tussen de Molenweg en de Nederen Heerweg. Er werden natuurlijk ook veel geraamten gevonden, die dhr Bokma zeer precies op zijn plan aanduidde; daar waren er in overvloed:

Daarna begon men te graven aan de voet van de toren, waar nu de toegangsdeur is. Op ongeveer 20 cm diepte, en juist in de as van de deur, stootte men op een zerksteen van 1473. De zerk was gebroken en beschadigd. De nog te lezen tekst luidde: “ ... die staerf in tjaar MCCCC[=1400]en LXXIIJ[=73] up ... en XVIIIJ[=19] den XXIJ[=22]sten dach in Laumaent[=januari(ook wintermaand genoemd)]. Bidt ..". In de tekst waren twee wapens te zien: een schild met keper. Op het ene was de keper in de top voorzien van een lelie.

Over de lengte van de steen waren twee figuren ingebeiteld: een man en een vrouw met gevouwen handen. Deze steen had kunnen van belang zijn, want de twee aangezichten en de handen waren eertijds van wit marmer, en niet van koper zoals men heeft willen beweren. Nu blijft er daar niets meer van over dan de diepe holten waarin het marmer was vastgezet of gegoten: want sommige van die zerken hadden motieven in "marbre reconstitué" t.t.z. gemalen marmer gemengd met kalk. Dit zou voor St-Anna een enig stuk geweest zijn. Waren die delen in koper geweest, dan zouden de holten veel minder diep zijn, en men zou de plaatsen moeten zien waar de hechten of "pinnen" achteraan het koper, in lood werden vastgezet. Dit laatste is bv. goed te zien in de zerk die op het Plein te St-Anna tot druipsteen dient voor de monumentale pomp.

Er werden veel tomben blootgegraven, maar alle waren reeds in vroegere oorlogs-jaren doorsnuffeld. Ze waren gemetst en sommige waren van binnen beschilderd. Wij hebben meerdere tekeningen daaruit opgenomen. Eén graf in het schip, aan de voet van de toren, had een fresco aan het hoofdeinde. Het was erg beschadigd maar nog goed leesbaar: Kristus aan het Kruis met O.-L.-Vrouw en St.-Jan.

De kleur had stand gehouden, maar de pleister was in slechte staat. Het ene einde van die tombe werd versterkt en naar de toren overgebracht. Andere graven waren versierd met verschillende soorten kruismotieven. Het graf met het fresco was het enige dat gepolychromeerd was; de andere tekeningen waren rood en oranjerood.

Als de opgravers 2,50 m diep waren, stootten zij op de fondaties van het koor. Die bestaan uit grote moefen van 31 cm x 15 x 7,5 en van 29cm x 13 x 6,5. Het was een rond afgesloten koor en de lengte ervan was 18,10 m buitenwerks gemeten vanaf de tegenwoordige deur van de toren. De fondatiemuren zijn 1,50 m dik, en de steunberen meten in de grond 1,55 m bij een breedte van meer dan een meter. Het koor was 11,25 m breed buitenwerks.

Het feit dat de kerk tot zo diep in de grond werd afgebroken is uit te leggen door het tekort aan goed materiaal in een streek die veel te lijden had van de godsdienstoorlogen. De geschiedschrijver Dominee H. Janssen zegt op blz. 48 van zijn boek over St-Anna-ter-Muiden, dat de kerk erg beschadigd was en het orgel vernietigd, zodat de Gereformeerde Gemeente besloot alles af te breken.

Hij steunt zich daarbij op de kerkregisters van 1570 en volgende.

Daarna werd de kerk waarschijnlijk de "steengroeve" voor al wie zijn huis wilde verbouwen ... en wellicht werden veel stenen verwerkt in de nieuwe vestingswerken van Sluis.

Ook het schip van de kerk werd blootgelegd (in de richting van de grenspost). Sommige delen staken omtrent 50 cm onder de grond, andere waren tot diep in de grondvesten afgebroken. Het schip was 14 m lang en 11,50 m breed. Het werd in twee keren gebouwd. Het deel tegen de toren, het oudste, was 9 m lang. De andere 5 m kunnen niet veel later gebouwd zijn, want de moefen zijn van dezelfde periode.

Ook hier in het schip lagen een hele reeks gemetste graftomben, versierd met kruisen en tekeningen in rode kleur. Nergens was nog een gewelf of een merksteen als deksel te vinden. Alle lagen vol aarde. Geen enkele doodkist werd aangetroffen - de enkele handjesvol geroeste nagels zijn maar 100 of 150 jaar oud -. Toch was hier en daar in de donkerder aarde het patroon van een kist te herkennen.

Wel werden enkele meters van de kerkvloer teruggevonden samen met de overblijfsels van een om het schip lopende muurbank in witsteen.

Rond wat eigenlijk de kerk is geweest, vond men in de grond van het kerkhof een grote hoeveelheid skeletten: sommige in graven, maar de meeste gewoon in de aarde begraven op zeer verschillende diepten.

Dikwijls waren drie vier skeletten boven elkander geplaatst, met een laagje aarde tussen hen in. De kleur van die aarde bewees dat zij begraven werden op tijdstippen die tamelijk uit elkander lagen. De diepst begravene werden naar het Etnologisch Instituut medegenomen. Volgens experten waren er uit 1300, uit 1200 en zelfs oudere - wat niet onmogelijk is, gezien St-Anna-ter-Muiden reeds in 1241 stadsrechten verwierf, en dus al een zekere tijd bewoond was.

Einde mei 1962 werden de opgravingen stopgezet. Jammer, want er was nog niets van de kruisbeuk blootgelegd. Buldozers vulden de gleuven ... en de werklozen hebben alles effen gerakeld. Sensationele vondsten werden er niet gedaan - grondige plunderingen hebben in deze onrustige hoek veel doen verdwijnen -. Een onthoofd naaktbeeldje van Eva met het traditionele druivelaarsblad, enkele oude munten, stukken kapiteel, enige kleine vloertegels in gebakken aarde waaronder een paar mooi gepolychromeerd waren: dat is alles.

___________________________

Aangaande die geraamten: zie, daar was een makabere vondst bij, die ons allen die er bij waren een rilling bezorgde.

Een dode die zo wat 200 of 300 jaar geleden begraven werd, lag met zijn armen opgeheven ter hoogte van zijn schouders. Wij hadden allen de indruk dat deze mens levend begraven is geworden. Toen hij ontwaakte heeft hij in een uiterste kracht inspanning gepoogd het deksel van zijn doodkist te lichten. Zijn hoofd was aan de kant gedraaid en zijn kaaksbeenderen wijd open. Al de andere skeletten lagen normaal met de armen langs het lichaam ofwel met de handen plat op het bekken; alle hielden de kaken opeengesloten.

Gedurende de opgravingen gingen de oude legenden weer de ronde, en zelfs nieuwe ontstonden. Ja, zo worden legenden geschapen en de eerste die ik aanhaal en die ook wel taai zal voortleven, heb ik weten geboren worden.

In de loop der werken deden de arbeiders een boring en stootten op ijzer.

Eén zegde: het is waarschijnlijk een "ijzeren koffertje". Een nieuwsgierige vertelde verder: het IS een ijzeren koffertje! Iemand vraagt: wat zou daar in zitten? Een ander lanterfanter antwoordt: waarschijnlijk documenten. Enkele dagen later was "het ijzeren koffertje vol dokumenten” een realiteit geworden.

Niemand zag het koffertje, dus was het opgeëist en direct naar Leiden gestuurd! De delvers hadden in werkelijkheid een doodgewoon stuk ijzer gevonden. Maar deze realiteit was al te kleurloos, men hield het liever bij het legendarische koffertje. De dagbladen hebben er over geschreven, in volle ernst: "Men ontdekte een mooi ijzeren koffertje nevens een geraamte" (zie Provinciale Zeeuwse Courant, 14 april 1962!). Wie zou er dan ook niet een beetje aan geloven ... en toch, het was pure legende.

Ook de onsterfelijke "twaalf gouden apostelen-beelden" zijn weer ontwaakt.

Opnieuw wisten velen te vertellen dat deze 12 kostbare beeldjes gedurende de godsdienstoorlogen weggedoken werden onder de Pomp op het Plein.

Iemand wist nochtans dat ze te vinden zijn in de hof van de schilder Jos But. Zijn huis was vroeger de woonst van Pastoor Van Hal, die gedurende de eerste periode van de Reformatie nooit St.-Anna heeft verlaten. Dat was precies omdat de 12 gouden apostels in zijn hof verdoken zaten!

Deze legende zal wel blijven meegaan. Oma zal ze aan haar kleinkinderen vertellen. Als oma niet zo vast meer gelooft, zij, de kleinen, zullen het wel.

Deze legende schijnt geëmigreerd uit Sluis, want toen ze daar de overblijfsels van de St-Janskerk blootlegden, waren daar ook 12 gouden apostels ergens in de grond bedolven. En aan de overkant van Sluis, op Heile, heeft boer Beernard die op het puin van de oude kerk woonde, dertig jaar geleden, zijn zoon de drinkput in de weide twee spaden dieper laten uitdelven: misschien vond hij dan wel de twaalf gouden apostels van Middelburg!

Het volk heeft steeds een hang naar het wonderbaarlijke. Probeer maar niet om de mensen te overhalen. De legenden leven lang op de buiten ...en ook in de stad: ze zijn taai en onuitroeibaar!

kruismotievenKruismotieven uit de tomben, - opgenomen door Baron Raymond de Meester de Betzenbroeck. - Het eerste gaat duidelijk terug op het Zonnewiel.

De opgravingen te Sint-Anna-ter-Muiden in 1962

de Meester de Betzenbroeck

Rond de poldertorens
1964
02
042-046
Achiel Calus
2023-06-19 14:37:15