Het boerenhof in feest: 1732-1982

Dany Vantorre

Zondag 5 juni 1983 was een stralende dag. Niet alleen wat het weer betrof, maar ook wat het feestelijk gebeuren aanbelangde.

Heyst Leeft had het plan opgevat om die dag het 250 jarig bestaan van het Boerenhof te herdenken, de meest bekend en oudste hoeve te Heist. Een koperen gedenkplaat zou blijvend herinneren aan dit prachtig hoevecomplex. Het was dank zij de vlotte samenwerking tussen Heyst Leeft en de uitbaters van het restaurant dhr. en mevr. Oosterlinck dat het een echt feest is geworden.

De stemming zat er reeds in vanaf 10 u. Terwijl de genodigden en belangstellenden reeds “het terrein kwamen verkennen”, speelde de harmonie Sint Cecilia een muzikaal aperitief.

Om 11 u begroette voorzitter Jos De Groote iedereen en begon het officiële gedeelte. Na zijn welkomstwoord werd het plaket onthuld en weerklonk de Vlaamse Leeuw.

Zoals het onder Vlamingen past, werd deze onthulling passend gevierd met een heildronk en een Boerenfestijn in de Schuur. Dhr. en Mevr. Oosterlinck hadden tegen een gunstprijs gezorgd voor koude en warme gerechten waarvan iedereen naar hartenlust kon smullen. En of dit gedaan werd door de bijna 200 aanwezigen. Het was een festijn dat vroeg om herhaling! Nu Heyst Leeft volgend jaar haar tien jarig bestaan viert, is een heruitgave van deze smulpartij zeker mogelijk.

Door het opzoekingswerk van mevr. Oosterlinck kregen we gegevens in handen over de vroegere bewoners.

De eerste bewoner was Jan Quintens, zoon van eveneens Jan Quintens en Joanna van Houtte. Jan Quintens was gehuwd met Pasifasia Van de Weerde. Hij overleed op 27 december 1775 en zij op 24 juni 1776. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren: Joannes op 6 april 1757, Jacobus op 25 november 1758 en Pieter Jacobus op 17 november 1760. Na het overlijden van hun ouders bleven zij als drie minderjarige kinderen op de hofstede onder het voogdijschap van de zoon van vaders broer, met name Jacob Quintens. De oudste werd als 19-jarige meerderjarig verklaard en zodoende kon hij de ouderlijke hofstede verder uitbaten.

Joannes Quintens huwde met Francisca De Witte uit Zuienkerke de dochter van Petrus De Witte en Isabella Potters. Tijdens hun huwelijk (50 jaar en 8 maanden) hadden ze 7 kinderen. Hij overleed op 5 maart 1833 en zij op 22 augustus 1827. De oudste zoon, Jacobus Quintens, werd de eerste burgemeester van Heist. Hun dochter Joanna huwde Jan Emanuel Van De Putte, die de volgende eigenaar werd. Hij overleed op 30 juni 1890. Zijn zoon Jan erfde de hofstede en huwde Hortensia Dambre. Deze laatste werd eigenares na het overlijden van haar echtgenoot. De heer Goormachtigh kwam als pachter op de hofstede in 1896.

Hij was gehuwd met Silvie D’Hoore uit Beernem. Hij bracht twee knechten mee, Debaene en Devestele, voor wie hij twee werkmanswoningen liet bouwen. Beiden werden later eigenaar van deze woningen. Van 1905 tot 1938 werd hij opgevolgd door zijn zonen Firmin en Theophiel Aloysius die de hofstede en weilanden aankochten in 1925. De effectieve eigenaar Firmin, geboren op 28 augustus 1875, was gehuwd met Silvie de Graeve. Ze hadden 4 kinderen Gerard, Marie-Louise, Emiel en Elisabeth. Firmin overleed op 31 maart 1958 en Silvie op 12 januari 1962.

Hun zoon Emiel huwde Maria D’Hondt en baatte de hofstede uit van 1938 tot 1947. In 1947 werd de hofstede onteigend door de staat voor de aanleg van de nieuwe spoorweg. Emiel Goormachtigh bleef op de hofstede tot 1952. Na de onteigening bleef het Boerenhof eigendom van de gemeente Heist en werd in 1962 openbaar verkocht. Het werd privaat eigendom van dhr. en mevr. Verburgh-Dejonghe en bleef dit tot heden. Het Boerenhof als hofstede bestond tot voor de openbare verkoping van 1925 uit:

Woonhuis, schuur, paard- en koeienstallen, schaapstallen, varkenskoten en verdere bouwgerieven, zaai- en weilanden, twee werkmanswoningen en aanhorige gebouwen staande en gelegen te Heyst-aan-zee, Lisseweghe en Brugge, groot 49 ha 5 aren en 19 centiaren zonder grond van gebouwen, zaailanden gras en vette weiden.

De verkaveling van zaai- en weilanden gebeurde tijdens de openbare verkopingen van 1925, waardoor een groot deel aan verschillende eigenaars kwam. Het grootste gedeelte werd door Heistenaars opgekocht. De heer Firmin Goormachtigh kocht de hofstede en een deel van de landerijen.

Na het vertrek van zijn zoon Emiel Goormachtigh werd het woonhuis veranderd in een restaurant, de schuur in een feestzaal en later de koestal in een vergaderzaal alsook de schaaps- en paardenstallen in galerijen.

Op 21 oktober 1968 besluit het schepencollege van Heist een aanvraag in te dienen om de hofstede (een Friese hoeve) als beschermd monument te laten klasseren. Het koninklijk besluit werd van kracht op 27 mei 1971.

250 jaar Boerenhof

250-jaar-boerenhof-heistZondag 5 juni 1983: Voorzitter Jos Degroote heeft zo juist de koperen gedenkplaat onthuld in aanwezigheid o.a. van de schepenen Ruysschaert, Vande Casteele en Lannoy, de uitbater van het Boerenhof en de bestuursleden van Heyst Leeft.

Het Boerenhof in feest 1732-1982

Dany Vantorre

Heyst Leeft
1983
02
017-018
Ludo Sterkens
2023-06-19 14:37:15